ECLI:NL:CRVB:2012:BX5873
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en niet-melding erfdeel
Appellant ontving bijstand sinds 1980 en werd onderzocht nadat het college vermoedde dat hij vermogen had dat de vermogensgrens overschreed. Uit onderzoek bleek dat appellant in 2000 inkomsten had uit de verkoop van de ouderlijke woning en in 2009 een erfdeel ontving, zonder dit te melden aan het college.
Het college trok de bijstand in en vorderde terug vanwege het niet melden van deze vermogensbestanddelen. Appellant voerde aan dat hij in 2008 volledige openheid had gegeven en dat hij niet over het erfdeel kon beschikken omdat het op een gezamenlijke rekening stond voor lopende kosten.
De Raad oordeelde dat appellant niet volledig openheid van zaken had gegeven in 2008 en dat hij redelijkerwijs over zijn erfdeel kon beschikken. Verder was appellant niet geslaagd in zijn bewijs dat hij minder dan zijn aandeel had ontvangen. Het college hoefde geen nader onderzoek te verrichten en de hoogte van de terugvordering was juist vastgesteld.
Appellants beroep op dringende redenen om van terugvordering af te zien werd verworpen omdat zijn aangevoerde omstandigheden niet voldeden aan de criteria van onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank Arnhem en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen; intrekking bijstand en terugvordering bevestigd.