ECLI:NL:CRVB:2012:BX5309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens overschrijding termijn ondanks taalbeperking
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarbij haar Ziektewetuitkering is beëindigd omdat zij geschikt werd geacht voor arbeid. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn van twee weken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. Appellante voerde aan dat de termijn te kort was vanwege haar onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal en stelde dat het UWV niet zomaar van haar eerdere standpunt kon terugkomen dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was.
De Raad verwijst naar vaste jurisprudentie dat onvoldoende taalbeheersing geen reden is om een termijnoverschrijding te verontschuldigen. Bovendien had appellante haar echtgenoot kunnen inschakelen om de correspondentie te vertalen. Ook is geen strijd met artikel 6 EVRM Pro vastgesteld. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn ondanks onvoldoende taalbeheersing.