ECLI:NL:CRVB:2008:BC1659
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen weigering WIA-uitkering wegens te late indiening
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 23 oktober 2006 om geen WIA-uitkering toe te kennen. Dit bezwaar is echter buiten de wettelijke termijn van zes weken ingediend. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening, waarbij werd aangegeven dat onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal geen excuus vormt.
De rechtbank Arnhem heeft het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond verklaard, stellende dat appellant zelf maatregelen had moeten treffen om tijdig bezwaar te maken, bijvoorbeeld door zijn echtgenote in te schakelen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en daardoor niet tijdig bezwaar kon maken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat er geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding zoals bedoeld in artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De onvoldoende taalbeheersing van appellant vormt geen reden om de termijnoverschrijding te excuseren. Het hoger beroep wordt dan ook ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.