ECLI:NL:CRVB:2012:BX5108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand bij WSNP-aanvraag
Appellante diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand op grond van de WWB voor kosten van rechtsbijstand door een advocaat bij het indienen van een WSNP-aanvraag. Het college van burgemeester en wethouders wees deze aanvraag af, stellende dat de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) een voorliggende, toereikende en passende voorziening is.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de Kredietbank niet kosteloos is en dat de Wrb niet als voorliggende voorziening kan gelden voor WSNP-aanvragen, mede vanwege gebrek aan deskundigheid en lange procedures.
De Raad oordeelde dat de Wrb in beginsel een voorliggende voorziening is voor rechtsbijstand en dat een WSNP-aanvraag als het treffen van een afbetalingsregeling wordt beschouwd, waarvoor geen toevoeging wordt verleend. Er waren geen zeer dringende redenen of acute noodsituaties die afwijking van deze regel rechtvaardigen.
Verder stelde de Raad dat de rechtbank niet verplicht is om op alle gronden afzonderlijk in te gaan, zolang de kern van de beroepsgronden adequaat is besproken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand bij WSNP-aanvraag.