ECLI:NL:CRVB:2012:BX4610
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk bevestigd
Appellante, werkzaam als agrarisch medewerkster, viel uit wegens nek-, schouderklachten en tenniselleboog. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering per 16 augustus 2010, later aangepast naar 22 mei 2011 na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de klachten waren verdwenen of onvoldoende medisch onderbouwd.
In hoger beroep betwistte appellante dit en stelde dat sprake was van een stationair beeld en bijkomende klachten die haar meer beperkten dan door het UWV aangenomen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsartsen een juist beeld hadden van de aard en zwaarte van het werk en dat de medische stukken voldoende grondslag boden om te concluderen dat appellante geschikt was voor haar werk.
De Raad verwierp het bewijsaanbod van appellante wegens gebrek aan nieuwe medische onderbouwing en bevestigde dat het UWV terecht de uitkering had beëindigd. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geschikt is voor haar werk en de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd per 22 mei 2011.