ECLI:NL:CRVB:2012:BX3971
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.H. Bel
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezamenlijke huishouding en medeterugvordering WWB-bijstand
De zaak betreft een hoger beroep tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Hengelo tot terugvordering van bijstand op grond van vermeende gezamenlijke huishouding tussen betrokkene en [P.]. De Sociale Recherche voerde onderzoek uit na een anonieme tip, waarbij werd vastgesteld dat betrokkene en [P.] afzonderlijke adressen aanhielden, maar er aanwijzingen waren voor feitelijk samenwonen.
De rechtbank had onvoldoende feitelijke grondslag gezien voor gezamenlijke huishouding, maar de Raad oordeelt anders over het hoofdverblijfcriterium. Uit verklaringen van betrokkene, [P.] en getuigen blijkt dat betrokkene veelvuldig bij [P.] verbleef en er feitelijk samenwoonde. Het eerste criterium van gezamenlijke huishouding wordt daarmee als voldaan beschouwd.
Het tweede criterium, wederzijdse zorg, wordt echter niet als vervuld gezien. Er is geen sprake van financiële verstrengeling en de zorg lijkt vrijwel uitsluitend van [P.] te komen. Betrokkene leverde weinig structurele zorg en was vaak afwezig door werk in het buitenland. Daarom concludeert de Raad dat geen gezamenlijke huishouding bestond en bevestigt het de uitspraak van de rechtbank die het terugvorderingsbesluit vernietigde.
Daarnaast veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van betrokkene en legt griffierechten op. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 augustus 2012.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat geen gezamenlijke huishouding bestond en verklaart het hoger beroep ongegrond, waardoor de medeterugvordering wordt afgewezen.