ECLI:NL:CRVB:2012:BX3865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor medische kosten zwangerschap en bevalling
Appellant, die bijstand ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten in verband met de zwangerschap en bevalling van zijn echtgenote. Deze kosten waren niet gedekt door een ziektekostenverzekering en appellant had zich garant gesteld voor deze kosten. Het college wees de aanvraag af omdat de kosten al voor de aanvraagdatum als schuld bestonden en appellant over voldoende middelen beschikte om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en appellant ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel dat de aanvraag feitelijk betrekking had op een schuld en dat op grond van artikel 13 lid 1 sub f WWB Pro geen recht op bijzondere bijstand bestond, tenzij zeer dringende redenen aanwezig zijn. Appellant voerde geen dergelijke dringende redenen aan en er was ook geen afgewezen verzoek tot schuldsaneringskrediet.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet omdat niet was aangetoond dat sprake was van gelijke gevallen. De Raad concludeerde dat appellant geen recht had op bijzondere bijstand en wees het hoger beroep af. De uitspraak werd gedaan door voorzitter C. van Viegen en leden M. Hillen en E.J. Govaers op 7 augustus 2012.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor medische kosten zwangerschap en bevalling werd afgewezen omdat het om een schuld ging waarvoor appellant over voldoende middelen beschikte en geen dringende redenen waren aangevoerd.