ECLI:NL:CRVB:2012:BX3842
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melden autohandel
Appellant ontving sinds 1993 bijstand op grond van de WWB. Uit onderzoek van de sociale recherche bleek dat hij zich tussen 2003 en 2008 bezighield met kleinschalige autohandel, waarbij hij in totaal 71 auto's op zijn naam had staan voor periodes variërend van korter dan een maand tot vier maanden. Appellant had dit moeten melden aan het college, wat hij naliet, waardoor hij zijn wettelijke inlichtingenverplichting schond.
Het college herzag het recht op bijstand en besloot de bijstand over de maanden waarin de autotransacties plaatsvonden in te trekken en de kosten van € 49.631,33 terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het college bevoegd was tot deze intrekking en terugvordering.
In hoger beroep voerde appellant onder meer aan dat de adviescommissie niet onafhankelijk was en dat zijn activiteiten slechts hobbymatig waren zonder dat hij er iets aan verdiende. De Raad verwerpt deze gronden: de adviescommissie voldeed aan de vereisten van onafhankelijkheid en het grote aantal kentekens wijst op meer dan hobbymatige activiteiten. Bovendien was appellant verplicht ook uit eigen beweging relevante feiten te melden.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat er geen reden is om af te zien van terugvordering. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De beslissing is uitgesproken op 7 augustus 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-melden van autohandel.