ECLI:NL:CRVB:2012:BX3745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning en duur van WW-uitkering bij berekening jareneis en loondagen
Betrokkene vroeg een WW-uitkering aan na beëindiging van zijn dienstverband in juni 2009. Appellant stelde de uitkeringsduur vast op drie maanden, omdat betrokkene volgens hen niet voldeed aan de jareneis van 52 loondagen in ten minste vier kalenderjaren in de vijf voorafgaande jaren.
Appellant rekende het aantal loondagen in 2004 af op maximaal vijf dagen per week, waardoor betrokkene niet aan de eis zou voldoen. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat zij oordeelde dat het aantal loondagen gemiddeld over een langere periode dan een week moet worden berekend, waardoor betrokkene wel aan de jareneis voldeed.
De Centrale Raad bevestigt dat de hoofdregel van 52 loondagen per kalenderjaar geen beperking kent naar het aantal dagen per week en dat een gemiddelde over de gehele gewerkte periode passend is. Uit een overzicht bleek dat betrokkene in 2004 58 dagen loon ontving over negentien weken, wat recht geeft op een theoretische uitkeringsduur van 38 maanden.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en stelt zelf de maximale duur van de WW-uitkering vast op 38 maanden vanaf 30 juni 2009. Tevens veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De uitkeringsduur van betrokkene wordt vastgesteld op 38 maanden vanaf 30 juni 2009.