ECLI:NL:CRVB:2012:BX3626
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beleid terugwerkende kracht herziening ouderdomspensioen na fout Sociale Verzekeringsbank
Appellant heeft bij de Sociale Verzekeringsbank (Svb) verzocht om ongedaanmaking van een korting van 20% op zijn ouderdomspensioen. De Svb herzag het pensioen met ingang van september 2009 en weigerde een langere terugwerkende kracht toe te passen. Appellant stelde dat de herziening terug moest gaan tot 1 juli 1996 vanwege een foutief besluit van de Svb uit oktober 1996.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant grotendeels ongegrond en bevestigde het beleid van de Svb dat een herziening met terugwerkende kracht maximaal vijf jaar geldt indien de onjuistheid het gevolg is van een fout van de Svb. De Centrale Raad van Beroep heeft dit oordeel bekrachtigd en oordeelde dat de weigering van de Svb om een langere terugwerkende kracht toe te passen rechtmatig is.
De Raad benadrukte dat appellant verantwoordelijk was om destijds bezwaar te maken tegen het foutieve besluit en dat het nalaten hiervan deels voor zijn rekening en risico komt. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het ouderdomspensioen met een terugwerkende kracht van maximaal vijf jaar wordt bevestigd.