ECLI:NL:CRVB:2012:BX3623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering wegens meerinkomen en afwijzing hardheidsclausule in studiefinancieringszaak
Appellant maakte bezwaar tegen een door de Minister opgelegde vordering wegens meerinkomen in 2007, waarbij zijn studiefinanciering deels werd omgezet van lening naar gift met een nabetaling van €2.021,84. De Minister stelde vast dat appellant een bijverdienste had die de bijdragevrije voet overschreed, waardoor een vordering van €1.411,96 werd opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees het beroep op de hardheidsclausule af, evenals het beroep op het vertrouwensbeginsel. In hoger beroep bevestigde de Raad deze uitspraak. De Raad overwoog dat appellant geen bezwaar had gemaakt tegen de nabetaling en dat hij financieel niet benadeeld was, aangezien de vordering lager was dan de nabetaling.
Verder stelde de Raad vast dat appellant in de gelegenheid was geweest zijn bijverdiensten te stoppen of zijn studiefinanciering te beëindigen, waardoor geen sprake was van een onbillijkheid van overwegende aard die toepassing van de hardheidsclausule zou rechtvaardigen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd eveneens verworpen. De Raad zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vordering wegens meerinkomen en wijst het beroep op de hardheidsclausule af.