ECLI:NL:CRVB:2012:BX3421
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- J.J.A. Kooijman
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding na huisbezoek
Appellant ontving bijstand als alleenstaande en gaf een postadres op dat afweek van zijn verblijfadres. Naar aanleiding hiervan werd een huisbezoek afgelegd om de juistheid van zijn woonsituatie te verifiëren. Tijdens het huisbezoek werden verklaringen afgelegd en de woning bezichtigd.
De bijstand werd ingetrokken omdat appellant vanaf 4 juni 2009 een gezamenlijke huishouding zou voeren, hetgeen werd bevestigd door de voorzieningenrechter. Appellant stelde dat het huisbezoek onrechtmatig was omdat geen redelijke grond bestond en dat er geen sprake was van "informed consent". Hij betoogde dat de verificatie ook minder belastend via een gesprek op kantoor had kunnen plaatsvinden.
De Raad oordeelde dat de discrepantie tussen het opgegeven postadres en het verblijfadres voldoende aanleiding gaf voor het huisbezoek. Een gesprek op kantoor zou niet dezelfde duidelijkheid hebben verschaft. Het huisbezoek was noodzakelijk om vast te stellen of appellant daadwerkelijk op het adres woonde en onder welke omstandigheden. Daarom werd het beroep van appellant afgewezen en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen; intrekking bijstandsuitkering bevestigd wegens redelijke grond voor huisbezoek.