ECLI:NL:CRVB:2012:BX3367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en vermogensoverschrijding
Appellant ontving bijstand volgens de WWB en had een vrij te laten vermogen vastgesteld op €3.821,27. Bij een heronderzoek bleek dat appellant twee auto's op zijn naam had staan, waaronder een Mercedes met een waarde van €8.440, waarvan hij geen melding had gemaakt op het rechtmatigheidsonderzoeksformulier. Het college trok de bijstand over de periode van 23 juni 2008 tot en met 31 augustus 2008 in en vorderde een bedrag van €2.506,91 terug.
Appellant voerde aan dat de Mercedes niet van hem was, maar van zijn broer, en dat hij de tenaamstelling alleen tijdelijk had gewijzigd vanwege een vakantie. De Raad oordeelde echter dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de auto niet tot zijn vermogen behoorde, mede omdat de tenaamstelling na terugkeer lange tijd gehandhaafd bleef en het vrijwaringsbewijs pas na de periode in kwestie dateerde.
De Raad stelde vast dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door het bezit van de Mercedes niet te melden, terwijl dit duidelijk werd gevraagd. Het vermogen overschreed de toegestane grens, wat rechtvaardigt dat de bijstand werd ingetrokken en teruggevorderd. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-melding van het bezit van een Mercedes wordt bevestigd.