ECLI:NL:CRVB:2012:BX2506
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht zonder dringende redenen
Appellant had bijstand ontvangen terwijl hij een gezamenlijke huishouding voerde, hetgeen niet volledig was gemeld aan het college van burgemeester en wethouders van Almere. Na een intern fraudemelding en onderzoek werd de bijstand ingetrokken en de ten onrechte ontvangen bedragen teruggevorderd.
Appellant voerde aan dat hij zijn inlichtingenplicht niet had geschonden en dat zijn financiële en medische situatie dringende redenen vormden om van terugvordering af te zien of deze te beperken tot zes maanden. De Raad oordeelde dat de intrekking van de bijstand rechtens onaantastbaar was en dat het college terecht had gehandeld op grond van schending van de inlichtingenplicht.
De Raad stelde vast dat appellant niet had gemeld dat hij fiscale partners was met de medebewoner, waardoor sprake was van financiële verstrengeling. De bijzondere omstandigheden die appellant aanvoerde, boden geen grond om af te wijken van het terugvorderingsbeleid. De zesmaanden-jurisprudentie was niet van toepassing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand wordt bevestigd, zonder toepassing van de zesmaanden-jurisprudentie.