ECLI:NL:CRVB:2012:BX2232
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij vanaf 19 november 2009 geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt. Het UWV baseerde dit besluit op rapporten van een bezwaarverzekeringsarts en een bezwaararbeidsdeskundige.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het UWV het besluit terecht kon baseren op de genoemde rapporten. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn rug- en psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat de gehanteerde functies medisch gezien niet geschikt waren. Hij overlegde aanvullende medische stukken en rapporten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was. Deze arts heeft uitgebreid gerapporteerd en rekening gehouden met medische informatie van diverse behandelaars. De aanvullende stukken van appellant bevatten geen nieuwe informatie over zijn arbeidsmogelijkheden per 19 november 2009. De Raad bevestigt daarom het oordeel dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dat het UWV-rapport een deugdelijke grondslag vormt voor het besluit.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is, wordt bevestigd.