ECLI:NL:CRVB:2012:BX2223

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-2045 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:6 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering toekenning WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe medische feiten

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het bezwaar van appellant tegen het besluit van het UWV ongegrond verklaarde. Het UWV had het verzoek om een WAO-uitkering afgewezen omdat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die rechtvaardigen dat het eerdere besluit wordt herzien.

De Raad heeft overwogen dat het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts zich richtte op de medische situatie van appellant per 13 september 2001, de datum waarop de oorspronkelijke beslissing is genomen. Uit het rapport bleek dat appellant pas later meer klachten heeft gekregen, waardoor er geen nieuwe medische informatie was die het eerdere besluit zou kunnen wijzigen.

De stelling van appellant dat hij momenteel volledig arbeidsongeschikt is, werd als niet relevant beoordeeld omdat het verzoek om herziening zich moest richten op de situatie in 2001. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op het eerdere besluit tot afwijzing van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe medische feiten.

Uitspraak

11/2045 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 februari 2011, 10/3164 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (Marokko) (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 20 juli 2012
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juni 2012. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J. Koning.
OVERWEGINGEN
1. Het Uwv heeft bij besluit op bezwaar van 18 juni 2010 (bestreden besluit) het verzoek van appellant van 24 december 2009 om toekenning van een WAO-uitkering aangemerkt als een herhaalde aanvraag als bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Omdat uit de door appellant toegezonden gegevens niet was gebleken van nieuwe aspecten, heeft het Uwv geweigerd terug te komen van zijn besluit van 5 december 2001 waarbij is geweigerd appellant per 13 september 2001 een WAO-uitkering toe te kennen.
2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard omdat het Uwv terecht tot de opvatting is gekomen dat appellant aan zijn aanvraag geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden ten grondslag heeft gelegd.
3. Appellant voert in hoger beroep aan dat hij ten onrechte niet medisch is onderzocht en dat zijn aanvraag niet serieus in behandeling is genomen. Hij wijst erop dat hij volledig arbeidsongeschikt is.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling van de aangevallen uitspraak.
4.1. De rechtbank is met juistheid tot het oordeel gekomen als vermeld in 2. De gronden van het hoger beroep die zijn vermeld in 3 treffen geen doel. Uit het onderzoek dat de bezwaarverzekeringsarts in juni 2010 heeft ingesteld en zijn daarover opgemaakte rapport van 16 juni 2010 volgt dat hij heeft bezien of de gegevens die appellant heeft toegestuurd nieuwe medische informatie bevatten met betrekking tot de datum 13 september 2001. De bezwaarverzekeringsarts heeft in zijn rapport uiteengezet dat appellant pas later meer klachten heeft gekregen.
4.2. Een medisch onderzoek van appellant door de bezwaarverzekeringsarts was niet nodig omdat zijn onderzoek terecht was gericht op de medische situatie van appellant in 2001. De stelling van appellant dat hij momenteel om medische redenen niet kan werken is bezien in dit licht niet relevant.
4.3. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2012.
(getekend) J. Brand
(getekend) Z. Karekezi
IvR