ECLI:NL:CRVB:2012:BX2151
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- B.J. van de Griend
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststelling inkomsten uit vermogen bij Wuv-uitkering inclusief eigen woning
Appellante is gelijkgesteld met een vervolgde in de zin van de Wuv en ontvangt een periodieke uitkering. Bij besluiten van mei en juni 2010 werd het voorschot en de uitkering vastgesteld op nul euro, waartegen appellante bezwaar maakte. Zij stelde dat de waarde van haar eigen woning niet mee mocht worden genomen bij de vaststelling van inkomsten uit vermogen, omdat deze volgens haar buiten het voordeel uit sparen en beleggen valt zoals bedoeld in de Wet IB 2001.
De Raad overwoog dat artikel 19, vijfde lid, van de Wuv verwijst naar het percentage van de forfaitaire rendementsheffing uit artikel 5.2 van de Wet IB 2001, maar niet beperkt tot het voordeel uit sparen en beleggen. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat het niet de bedoeling was om de eigen woning uit te sluiten van de vermogensvaststelling. De minister heeft expliciet aangegeven geen uitzondering te willen maken voor eigenwoningbezitters.
Daarmee zijn de bestreden besluiten, waarin de waarde van de eigen woning wel wordt meegenomen, in stand gebleven. De beroepen van appellante zijn ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de waarde van de eigen woning mag worden meegenomen bij de vaststelling van inkomsten uit vermogen voor de Wuv-uitkering.