ECLI:NL:CRVB:2012:BX2133
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bijzondere bijstand voor begrafeniskosten ondanks studiefinancieringslening en chronische ziekte
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan op grond van de WWB voor de begrafeniskosten van haar vader, die volgens Joodse gebruiken plaatsvond en € 11.062,62 bedroegen. Het college wees de aanvraag af omdat zij voldoende draagkracht had om de kosten zelf te betalen, met een maximumbedrag van € 2.875,-- voor vergoeding volgens gemeentelijk beleid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. Appellante stelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat zij slechts vergoeding van het maximumbedrag had gevraagd en dat het college onjuist had berekend door studiefinanciering als lening niet mee te wegen, geen rekening te houden met haar chronische ziektekosten en schulden.
De Raad oordeelde dat de studiefinanciering volgens dwingendrechtelijke bepalingen als inkomen moet worden meegeteld, ongeacht de vorm van lening. Het college handelde niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel omdat gemeenten beleidsvrijheid hebben. Ook het niet meenemen van ziektekosten en schulden was in overeenstemming met het beleid. De Raad vond geen bijzondere omstandigheden om van het beleid af te wijken en bevestigde daarom de afwijzing van de bijzondere bijstand.
Uitkomst: De afwijzing van de bijzondere bijstand voor begrafeniskosten wordt bevestigd.