ECLI:NL:CRVB:2012:BX1634
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij WIA-uitkering
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheidspercentage in het kader van zijn loongerelateerde WGA-uitkering. Het UWV had vastgesteld dat appellant meer dan 35% maar minder dan 80% arbeidsongeschikt is en had zijn bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelt appellant dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn beperkingen en dat hij aanspraak maakt op een WGA-uitkering met een hoger arbeidsongeschiktheidspercentage, niet op een IVA-uitkering. De Centrale Raad van Beroep onderzoekt of appellant voldoende procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van de aangevallen uitspraak.
De Raad overweegt dat voor de hoogte van de uitkering het exacte arbeidsongeschiktheidspercentage niet relevant is zolang dit ten minste 35% bedraagt. Het resultaat dat appellant nastreeft, namelijk een hogere mate van arbeidsongeschiktheid, heeft geen feitelijke betekenis voor hem omdat dit de uitkeringshoogte niet beïnvloedt.
Daarom verklaart de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door J. Brand, in aanwezigheid van griffier Z. Karekezi, op 13 juli 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.