ECLI:NL:CRVB:2012:BX1590
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- A.I. van der Kris
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende medische onderbouwing bij toekenning loongerelateerde WGA-uitkering
Appellant, werkzaam als tolk/vertaler, heeft na meerdere gezondheidsproblemen waaronder hart- en vaatziekten en gehoorproblemen, bezwaar gemaakt tegen het UWV-besluit dat hem een loongerelateerde WGA-uitkering toekende met een arbeidsongeschiktheidsgraad van 35 tot 80%.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bestreden besluit onvoldoende medische onderbouwing bevat, met name ten aanzien van de hart- en vaatproblemen die appellant op de datum in geding had. Appellant stelde dat zijn vermoeidheidsklachten en beperkingen al vóór het hartinfarct aanwezig waren en mede daardoor zijn arbeidsongeschiktheid hoger moet worden ingeschat.
De Raad constateert dat het UWV onvoldoende rekening heeft gehouden met deze beperkingen en dat het bezwaaronderzoek niet adequaat was, onder andere omdat cardiologische gegevens ontbraken. Daarom wordt het UWV opgedragen binnen zes weken aanvullend onderzoek te doen, in overleg met de behandelend cardiologen, om de mate en het duurzame karakter van de beperkingen vast te stellen. Het geschil wordt hiermee nog niet definitief beslecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende medische onderbouwing en het UWV krijgt opdracht tot aanvullend onderzoek.