ECLI:NL:CRVB:2012:BX1187
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid voor arbeid en recht op Ziektewetuitkering na psychische en fysieke klachten
Appellant meldde zich op 19 januari 2011 ziek wegens psychische en fysieke klachten terwijl hij een WW-uitkering ontving. Het UWV besloot op 20 mei 2011 dat appellant vanaf 24 mei 2011 niet meer in aanmerking komt voor een Ziektewetuitkering omdat hij geschikt is voor zijn arbeid als steigerbouwer.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV op 19 augustus 2011 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant geschikt was voor zijn laatstelijk verrichte arbeid.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen werden onderschat en verwees naar een beoordeling in het kader van de WSW die tot andere conclusies leidde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht de functie steigerbouwer als maatstaf heeft genomen en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was. De psychische en fysieke beperkingen waren onvoldoende onderbouwd met objectieve medische gegevens om het oordeel van het UWV te weerleggen.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Appellant is geschikt voor zijn arbeid als steigerbouwer en heeft geen recht meer op een Ziektewetuitkering vanaf 24 mei 2011.