ECLI:NL:CRVB:2012:BX0999
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving sinds 1996 bijstand en was vanaf 2000 bekend op een adres te Amsterdam. Het college trok de bijstand in per 10 maart 2005 na onderzoek waaruit bleek dat appellant mogelijk illegaal zijn woning onderverhuurde en niet op het uitkeringsadres woonde.
Een gecombineerd onderzoek van politie, woningcorporatie en sociale recherche leidde tot een rapport en proces-verbaal dat als basis diende voor het besluit tot intrekking en terugvordering van ruim €56.000 aan bijstand.
Het college herzag dit besluit deels en beperkte de intrekking en terugvordering tot de periode van 1 maart 2004 tot 9 maart 2005. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel degelijk op het uitkeringsadres woonde, maar de Raad vond de verklaringen van getuigen en het buurtonderzoek overtuigend en bevestigde dat appellant niet op het adres verbleef.
De Raad verwierp het hoger beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam, waarmee de intrekking en terugvordering van bijstand gehandhaafd bleef vanwege schending van de inlichtingenverplichting.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.