ECLI:NL:CRVB:2012:BX0567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep inzake indicatie AWBZ-zorg bij ontbrekende diagnose en impasse in behandeling
Appellant, bekend met psychische beperkingen, had een indicatie voor AWBZ-zorg aangevraagd voor begeleiding en persoonlijke verzorging. Het CIZ wees deze aanvraag af wegens het ontbreken van een diagnose die een grondslag voor AWBZ-zorg vormt. Appellant maakte bezwaar, waarop het CIZ een beperkte indicatie gaf voor individuele begeleiding om hem naar behandeling toe te leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze indicatie ongegrond. Appellant stelde dat er al een diagnose was gesteld en dat CIZ onvoldoende contact had gezocht met behandelaars. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er sprake was van een impasse: geen vooruitgang in behandeling, maar ook geen bewijs dat appellant is uitbehandeld. Er was geen medische onderbouwing voor een hogere indicatie AWBZ-zorg.
De Raad benadrukte dat het CIZ mocht uitgaan van de juistheid van de medische informatie die het had ontvangen en dat het niet verplicht was om die informatie opnieuw te verifiëren. De indicatie voor individuele begeleiding werd gezien als passend om appellant naar behandeling toe te leiden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.