ECLI:NL:CRVB:2012:BX0237
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wettelijke rente en proceskosten na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage inzake een geschil met het UWV over een uitkering. Het UWV nam op 15 maart 2012 een gewijzigde beslissing op bezwaar die geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante haar hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot betaling van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 8:73a en 8:75a) en de Beroepswet het UWV veroordeeld kan worden tot vergoeding van schade en proceskosten indien het bestuursorgaan geheel tegemoetkomt aan de bezwaren en het beroep wordt ingetrokken. De Raad wees het verzoek toe en veroordeelde het UWV tot betaling van wettelijke rente en proceskosten van in totaal € 1.529,50.
De Raad verwees voor de wijze van rente-berekening naar een eerdere uitspraak en wees een hoger bedrag dan het forfaitaire tarief op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht af. Voor griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Greebe in aanwezigheid van griffier A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen op 4 juli 2012.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten aan appellante.