ECLI:NL:CRVB:2012:BX0201
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting na verhuizing wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van woninginrichting na haar verhuizing van Leiden naar Amsterdam. Het college wees de aanvraag af omdat deze kosten in principe uit eigen middelen moeten worden betaald, tenzij sprake is van bijzondere individuele omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. Appellante stelde dat haar verhuizing plotseling was door gebrek aan kinderopvang, sociaal isolement en psychische problematiek, maar zij kon dit niet met medische stukken onderbouwen.
De Raad oordeelde dat de kosten niet als noodzakelijke bijzondere kosten konden worden aangemerkt en dat de verhuizing niet als plotseling en noodzakelijk in de zin van de Werkvoorschriften kon worden beschouwd. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor woninginrichtingkosten bevestigd.