ECLI:NL:CRVB:2012:BX0191
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij ontheffing arbeidsverplichtingen
Appellant, die bijstand ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), was het niet eens met een besluit van 20 april 2009 waarin het college hem ontheffing verleende van de verplichting om algemeen geaccepteerd werk te accepteren. Tevens werd van hem medewerking aan een trajectplan verlangd, wat hij betwistte. Het college had het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit deels herzien.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad onderzocht of appellant nog een actueel procesbelang had bij dit hoger beroep. Gezien het tijdsverloop van ruim drie jaar sinds het besluit en het feit dat de ontheffingstermijn inmiddels was verstreken, oordeelde de Raad dat appellant geen belang meer had bij een oordeel over het oude besluit.
De Raad overwoog dat een nieuw besluit over ontheffing gebaseerd moet zijn op de actuele situatie van appellant en dat het oude besluit feitelijk geen betekenis meer kan hebben. Verder bleek dat appellant sinds het besluit geen trajectplan meer had en dat het college geen maatregelen had genomen wegens het niet meewerken aan een traject. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat appellant schade had geleden door de besluitvorming.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.