ECLI:NL:CRVB:2012:BW9897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening prestatiebeurs tot lening wegens overschrijding maximale duur studiefinanciering
Appellante volgde een driejarige bachelor Kunstgeschiedenis in vier jaar en een tweejarige educatieve master Kunstonderwijs en Communicatie in twee jaar. De Minister kende haar aanvankelijk een extra jaar prestatiebeurs toe vanaf 1 september 2007. In 2010 werd dit besluit herzien en de toegekende prestatiebeurs omgezet in een lening omdat de totale duur van de studiefinanciering het wettelijk maximum van vijf jaar overschreed.
Appellante voerde aan dat de Minister haar in 2007 had moeten afwijzen als zij geen recht had op het extra jaar, zodat zij geen schuld had opgebouwd. De Raad oordeelde dat het systeem van de Wet Studiefinanciering 2000 voorziet in een achteraf toetsing van toekenningen en dat er geen sprake was van een rechtens te honoreren toezegging of gewekte verwachting.
De Raad bevestigde het bestreden besluit dat rust op artikel 7.1, lid 2 onder c, van de Wsf 2000, waarmee onrechtmatige toekenningen worden teruggedraaid. Het beleid van de Minister om in geval van teveel toegekende studiefinanciering volledig te herzien is niet kennelijk onredelijk. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Utrecht bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de prestatiebeurs tot lening bevestigd.