ECLI:NL:CRVB:2012:BW9849
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij autotransacties
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na onderzoek van de Sociale Recherche bleek dat appellant betrokken was bij meerdere autotransacties, terwijl de auto's op naam van de moeder van appellante stonden.
Het college trok de bijstand over bepaalde maanden in en vorderde terugbetaling vanwege het niet melden van inkomsten uit de verkoop van deze auto's. Appellanten voerden aan dat zij geen autohandel dreven maar familiediensten verleenden en dat de moeder de auto's betaalde.
De Raad oordeelde dat de verklaringen tegenover de sociale recherche betrouwbaar zijn en dat appellant feitelijk de beschikkingsmacht had over de auto's. Het niet melden van transacties leidde tot schending van de inlichtingenverplichting, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Raad verwierp het beroep van appellanten en bevestigde de intrekking en terugvordering van bijstand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand en terugvordering wegens schending van de inlichtingenverplichting.