ECLI:NL:CRVB:2012:BW9659
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-behandeling bijstandsaanvraag wegens ontbreken bewijs besteding spaargeld
Appellant heeft op 14 januari 2010 een bijstandsuitkering aangevraagd en verklaard dat hij de afgelopen twee jaar €15.000 had gespaard en dit bedrag had uitgegeven. Ter ondersteuning overhandigde hij een bankafschrift waaruit bleek dat hij het bedrag had overgemaakt en vervolgens opgenomen.
Het college heeft appellant meerdere malen verzocht om bewijsstukken te overleggen waaruit de besteding van het geld blijkt, maar appellant heeft deze niet geleverd. Het college besloot daarom de aanvraag niet te behandelen op grond van artikel 4:5, eerste lid, Awb. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank bevestigde dit en appellant ging in hoger beroep. De Raad oordeelt dat het college terecht om bewijsstukken heeft gevraagd die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij deze bewijsstukken niet kon overleggen, bijvoorbeeld getuigenverklaringen.
De stelling van appellant dat het geld aan derden is gegeven die het vervolgens hebben vergokt, is niet onderbouwd. De Raad bevestigt daarom het besluit van het college en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet-behandeling van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd.