ECLI:NL:CRVB:2012:BW9656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep wegens onjuiste rechtsmiddelclausule bij bijzondere bijstand
Appellant had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van een aanvraag bijzondere bijstand door het college van burgemeester en wethouders van Lelystad. Nadat het college het bezwaar ongegrond had verklaard, stelde appellant beroep in bij de rechtbank tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar. De rechtbank behandelde de zaak vereenvoudigd op grond van artikel 8:54 Awb Pro en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad stelde ambtshalve vast dat de rechtbank abusievelijk een hogerberoepclausule had opgenomen in plaats van een verzetclausule, terwijl tegen een uitspraak op grond van artikel 8:54 Awb Pro geen hoger beroep openstaat maar wel verzet. Hierdoor is de Centrale Raad van Beroep niet bevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep.
De Raad besloot het hogerberoepschrift door te zenden naar de rechtbank ter behandeling als verzetschrift en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt terugbetaald vanwege de onjuiste rechtsmiddelclausule. De uitspraak werd gedaan door rechter E.J.M. Heijs op 26 juni 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd en zendt het hogerberoepschrift door als verzetschrift naar de rechtbank.