ECLI:NL:CRVB:2012:BW9654
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering eerdere ingangsdatum bijstand ondanks dakloosheid en slechte gezondheid
Appellant vroeg bijstand aan met ingang van 20 juli 2009, maar verzocht om een eerdere ingangsdatum van 1 januari 2009 vanwege dakloosheid en slechte gezondheid. Het college wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar tegen de ingangsdatum niet-ontvankelijk. De rechtbank vernietigde dit besluit en verklaarde het bezwaar ongegrond, waarbij het verzoek om een eerdere ingangsdatum werd afgewezen.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn dakloosheid en nierproblemen bijzondere omstandigheden vormden die een eerdere bijstandverlening rechtvaardigden. Tevens verwees hij naar de vrijstelling van sollicitatieplicht en het gelijkheidsbeginsel met andere gevallen waarin het college afwijkende besluiten nam.
De Raad oordeelde dat volgens artikel 44 WWB Pro bijstand wordt toegekend vanaf de dag waarop het recht ontstaat, maar niet vóór de datum van de aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. De Raad vond dat de omstandigheden van appellant niet zodanig waren dat hij niet eerder bijstand had kunnen aanvragen, ook niet met hulp van derden. De vrijstelling van sollicitatieplicht was onvoldoende om van bijzondere omstandigheden te spreken.
Daarnaast wees de Raad het beroep op het gelijkheidsbeginsel af, omdat de door appellant genoemde vergelijkbare gevallen niet overeenkwamen met zijn situatie. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De ingangsdatum van de bijstand blijft 20 juli 2009; eerdere datum wordt niet toegekend.