ECLI:NL:CRVB:2012:BW9480
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid als algemeen medewerker kringloopwinkel
Appellant meldde zich ziek wegens psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV besloot dat appellant vanaf 30 september 2010 weer geschikt was voor arbeid, namelijk de functie van algemeen medewerker bij een kringloopwinkel. Dit besluit werd door de rechtbank bevestigd, die oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de functie passend was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat onder 'zijn arbeid' ook functies volgens de WAO-beoordeling moesten worden verstaan en dat hij niet belastbaar was, mede vanwege een lage GAF-score en de mening van huisarts en psycholoog. De Raad concludeerde echter dat de laatst verrichte functie als maatstaf geldt, zeker omdat appellant deze functie een maand naar tevredenheid had uitgevoerd.
De Raad overwoog verder dat alcoholverslaving op zichzelf geen ziekte of gebrek is, tenzij daaruit gebreken voortvloeien of klinische behandeling noodzakelijk is, wat hier niet het geval was. De medische rapportages en GAF-scores boden geen aanleiding het UWV-medisch oordeel te betwijfelen. Het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen.
Gelet op deze overwegingen werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet langer recht heeft op Ziektewetuitkering omdat hij geschikt is voor de functie van algemeen medewerker kringloopwinkel.