ECLI:NL:CRVB:2012:BW9140
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om uitbreiding maatschappelijke opvang voor hiv-geïnfecteerde zonder vaste verblijfplaats
Verzoeker, een hiv-geïnfecteerde zonder vaste woon- of verblijfplaats, vroeg het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om toelating tot maatschappelijke opvang of uitbreiding van de reeds toegekende opvangvoorziening van €375 per maand. Deze voorziening was bedoeld om dakloosheid te voorkomen. Verzoeker onderging een antiretrovirale therapie die strikt op tijd en met voedsel moet worden ingenomen, wat door zijn situatie bemoeilijkt wordt.
De GGD-arts concludeerde na onderzoek dat verzoeker niet ziek was en geen medische indicatie bestond voor een ziekenboegvoorziening. De internist bevestigde dat verzoeker stabiel was ingesteld op medicatie. Het college wees het verzoek om uitbreiding van de opvang af, stellende dat het toegekende bedrag toereikend is als tijdelijke voorziening.
De voorzieningenrechter bevestigde het besluit en wees het verzoek om voorlopige voorziening en schadevergoeding af. De rechter overwoog dat, ook als artikel 8 EVRM Pro tot opvang zou verplichten, het toegekende bedrag in de gegeven omstandigheden voldoende is. De zaak werd behandeld op 6 juni 2012 en het vonnis werd uitgesproken op 12 juni 2012.
Uitkomst: Het verzoek om uitbreiding van de maatschappelijke opvangvoorziening werd afgewezen en het toegekende bedrag van €375 per maand als tijdelijke opvangvoorziening werd als toereikend beschouwd.