ECLI:NL:CRVB:2012:BW9101
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid voor arbeid en beëindiging ZW-uitkering na medisch onderzoek UWV
Appellante was werkzaam als schoonmaakster voor 12,5 uur per week en ontving sinds 22 september 2009 een WW-uitkering. Vanaf 2 september 2010 meldde zij zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV oordeelde bij besluit van 18 november 2010 dat zij geschikt was om haar arbeid te verrichten, wat leidde tot bezwaar en beroep van appellante.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en verklaarde het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, omdat het medisch onderzoek van het UWV zorgvuldig was en de conclusie dat appellante geschikt was om te werken kon worden gedragen. Appellante voerde in hoger beroep nieuwe medische informatie aan, waaronder een diagnose psychose NAO en mogelijke schizofrenie, en ondersteuning door intensieve thuiszorg.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat deze nieuwe informatie onvoldoende relevant is voor de peildatum 22 november 2010 en dat het medisch oordeel van het UWV standhoudt. Er is geen aanleiding een deskundige te benoemen. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV bevestigd dat appellante geschikt was voor 12,5 uur werk per week.