ECLI:NL:CRVB:2012:BW8959

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-6513 WMO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 Wmo
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing persoonsgebonden budget voor aanschaf aangepaste Filibakfiets

Appellante, rolstoelafhankelijk, vroeg een vervoersvoorziening aan onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), specifiek een driewielfiets of fiets in bijzondere uitvoering. Het college wees de aanvraag deels af, met name de Filibakfiets met elektrische trapondersteuning, maar kende wel een pgb toe voor een rolstoelfiets.

Appellante maakte bezwaar tegen het besluit, omdat zij het pgb wilde besteden aan de Filibakfiets. Het college handhaafde de beperking dat het pgb alleen voor een rolstoelfiets mocht worden gebruikt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het pgb niet beperkt mag worden tot de concreet geïndiceerde voorziening, maar dat de budgethouder keuzevrijheid heeft binnen het doel van vervoer. De aangepaste Filibakfiets is een adequate voorziening zonder medische bezwaren. Het college mocht het pgb niet beperken tot alleen een rolstoelfiets.

De Raad vernietigde het besluit van het college en verklaarde het beroep van appellante gegrond. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.

Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het college mag het pgb niet beperken tot alleen een rolstoelfiets maar moet toestaan dat het wordt besteed aan een aangepaste Filibakfiets.

Uitspraak

11/6513 WMO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 september 2011, 11/2148 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellante), wettelijk vertegenwoordigd door haar vader
het college van burgemeester en wethouders van Hilversum (college)
Datum uitspraak: 20 juni 2012
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. drs. P. Breedveld hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 mei 2012. Appellante is vertegenwoordigd door haar vader [naam vader] en door P. Breedveld. Het college is vertegenwoordigd door M. Roodhorst.
OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende - voor de beoordeling van het geschil van belang zijnde - feiten.
1.1. Appellante (geboren [in] 2006) is rolstoelafhankelijk. Namens haar is op 16 april 2010 een aanvraag ingediend in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voor een vervoersvoorziening, namelijk een driewielfiets of een fiets in bijzondere uitvoering.
1.2. Het college heeft in een besluit van 30 juli 2010 de aanvraag voor een deel afgewezen en voor een deel toegekend. Het college heeft namelijk een zogenaamde Filibakfiets met elektrische trapondersteuning afgewezen en de voor de rolstoel noodzakelijke oprijdinstallatie en de verbreding en verlenging van de bak toegewezen.
1.3. Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 30 juli 2010. Daarop heeft het college op 28 januari 2011 een herzien besluit genomen. Daarin heeft het college appellante meegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een persoonsgebonden budget (pgb) om hiermee een rolstoelfiets, bijvoorbeeld een Veloplus, aan te schaffen. Het pgb bedraagt eenmalig € 4.267,94 en maximaal zeven jaar een tegemoetkoming in de kosten van onderhoud en service, voor 2010 een bedrag van € 108,12. In het besluit van 28 januari 2011 staat dat appellante het pgb alleen mag besteden aan een rolstoelfiets en dat het niet mogelijk is om het pgb te gebruiken voor de aanschaf van een Filibakfiets.
1.4. Het college heeft het bezwaar van appellante gericht geacht tegen het besluit van 28 januari 2011. In een besluit van 24 maart 2011 heeft het college dat bezwaar ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft appellantes beroep tegen het besluit van 24 maart 2011 ongegrond verklaard.
3.1. In de kern is tussen partijen in geding of appellante met het aan haar verstrekte pgb de aangepaste Filibakfiets met elektrische trapondersteuning mag aanschaffen of dat zij het pgb alleen mag besteden aan de aanschaf van een rolstoelfiets. Het college stelt zich op het standpunt dat de Filibakfiets (behalve de voor de rolstoel nodige aanpassingen) algemeen gebruikelijk is en dat het niet zo kan zijn dat een algemeen gebruikelijke voorziening via een pgb kan worden aangeschaft. Appellante bestrijdt dat de Filibakfiets algemeen gebruikelijk is. Bovendien doet zij een beroep op de keuzevrijheid die zij heeft om het pgb te besteden als het maar voor vervoer is.
3.2. De Raad heeft in zijn uitspraak van 28 oktober 2009 (LJN BK2502) in rechtsoverweging 5, onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis van de Wmo, overwogen dat niet valt in te zien dat de besteding van het persoonsgebonden budget uitsluitend moet worden beperkt tot de concreet geïndiceerde voorziening. Als toelichting op de in artikel 6 van Pro de Wmo besloten liggende keuzevrijheid heeft de wetgever immers aangegeven dat een pgb een geldbedrag betreft dat naar eigen keuze van de budgethouder te besteden is voor een vooraf bepaald doel of activiteit (Tweede Kamer 2004-2005, 30 131, nr. 3, p. 32).
3.3. Tussen partijen is niet in geschil dat de aangepaste Filibakfiets voor appellante een adequate vervoersvoorziening biedt. Er zijn - ook uit medisch oogpunt - geen bezwaren tegen het gebruik van de Filibakfiets. Gelet hierop, en in het licht van de wetsgeschiedenis, kan de Raad niet inzien dat in het geval van appellante het pgb niet zou mogen worden aangewend voor de door haar gewenste aangepaste Filibakfiets. Of deze als algemeen gebruikelijk moet worden gezien doet dus niet ter zake.
3.4. Het beroep van appellante is op grond van wat hiervoor is overwogen al gegrond. Aan de andere beroepsgronden komt de Raad daarom niet toe. De aangevallen uitspraak komt daarmee voor vernietiging in aanmerking. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, verklaart de Raad het beroep van appellante tegen het besluit van 24 maart 2011 gegrond en vernietigt dat besluit voor zover daarin de voorwaarde is gesteld dat het pgb alleen mag worden besteed aan een rolstoelfiets en niet aan een Filibakfiets.
4. De Raad ziet aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep, tot een bedrag van € 1.748,-.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 24 maart 2011 gegrond;
- vernietigt het besluit van 24 maart 2011, voor zover daarin de voorwaarde is gesteld dat het pgb alleen mag worden besteed aan een rolstoelfiets en niet aan een Filibakfiets;
- veroordeelt het college in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.748,-;
- bepaalt dat het college aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 153,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door A.J. Schaap, in tegenwoordigheid van P.J.M. Crombach als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2012.
(get.) A.J. Schaap.
(get.) P.J.M. Crombach.
HD