ECLI:NL:CRVB:2012:BW8885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens voldoende arbeidsvermogen
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 22 december 2009, waarin werd vastgesteld dat hij geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en geoordeeld dat het besluit van het UWV berust op een deugdelijk verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig standpunt.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn medische beperkingen, met name bij het gebruik van zijn handen en lopen, onderschat waren. Tevens voerde hij aan dat de functies van meteropnemer, besteller post/pakketten en parkeercontroleur te zwaar voor hem zijn en dat hij op religieuze gronden bezwaar heeft tegen werken op zondag, wat de functie van parkeercontroleur ongeschikt maakt.
De Raad overwoog dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de genoemde functies geen belastingen bevatten die de mogelijkheden van appellant te boven gaan. Ook de persoonlijke overtuiging van appellant speelt geen rol bij de geschiktheid van functies in de schatting. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering.