ECLI:NL:CRVB:2012:BW8776

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-5741 WWB-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, vijfde lid, AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens te late betaling griffierecht afgewezen

De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet van appellant tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn hoger beroep wegens niet tijdige betaling van het griffierecht. De Raad had eerder het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was voldaan en appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet in verzuim was.

Appellant diende het verzetschrift ruim na de termijn in, en stelde dat de overschrijding verschoonbaar was vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder misdrijven tegen de menselijkheid en schending van een verdrag. Deze stelling werd echter niet nader onderbouwd.

De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was en verklaarde het verzet niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens aanzienlijke termijnoverschrijding zonder aannemelijke verschoonbare redenen.

Uitspraak

09/5741 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 8 oktober 2009, 09/363 (aangevallen uitspraak).
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
college van burgemeester en wethouders van Groningen (college)
Datum uitspraak: 19 juni 2012
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 20 juli 2010 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft tegen voornoemde uitspraak van de Raad verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 8 mei 2012. Partijen zijn, zoals vooraf bericht, niet verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 20 juli 2010 berust hierop dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de daartoe gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.
Het door appellant ingediende verzetschrift is gedateerd 2 februari 2012 en is op 6 februari 2012 bij de Raad ontvangen. De termijn voor het indienen van een verzetschrift is dus - aanzienlijk - overschreden.
Bij brief van 22 februari 2012 heeft de Raad bij appellant geïnformeerd naar de reden van de termijnoverschrijding. Appellant heeft bij brief van 25 februari 2012 voor deze reden verwezen naar zijn verzetschrift, waarin is opgemerkt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is wegens bijzondere omstandigheden, waaronder misdrijven tegen de menselijkheid en schending van een verdrag. Appellant heeft met dit standpunt, dat op geen enkele wijze is uitgewerkt of onderbouwd, niet aannemelijk gemaakt dat de overschrijding van de termijn voor het indienen van een verzetschrift verschoonbaar is.
Het verzet moet niet-ontvankelijk worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen, in tegenwoordigheid van A.C. Oomkens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2012.
(get.) C. van Viegen
(get.) A.C. Oomkens
ew