ECLI:NL:CRVB:2012:BW8079
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten postbus wegens onvoldoende onderbouwing noodzakelijkheid
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van het verkrijgen van een postbus, omdat hij problemen ondervond met de ontvangst van zijn post in een flatgebouw waar hangjongeren vermoedelijk zijn brievenbus leegmaken. De gemeente, tevens verhuurder, wees de aanvraag af omdat de kosten niet als noodzakelijke kosten van het bestaan worden aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat niet was gebleken dat de kosten in zijn individuele situatie noodzakelijk waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het niet ontvangen van belangrijke post leidde tot communicatiestoornissen en intrekking van zijn uitkering, en dat de gemeente als verhuurder verantwoordelijk is voor veilige brievenbussen.
De Raad oordeelde dat appellant zelf verantwoordelijk is voor de ontvangst van zijn post en eerst zelf een oplossing moet zoeken. Appellant heeft niet voldoende onderbouwd hoe vaak hij post miste, welke beveiligingsmaatregelen hij nam, of welke stappen hij richting verhuurder en politie heeft ondernomen. De rol van de gemeente als verhuurder is civielrechtelijk en niet relevant voor de beoordeling van de WWB-aanvraag.
Daarom is de aanvraag voor bijzondere bijstand terecht afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van een postbus wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de noodzakelijkheid.