ECLI:NL:CRVB:2012:BW8074
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken bewijs aanvraag bijzondere bijstand
Appellant maakte bezwaar tegen het uitblijven van een beslissing op zijn aanvraag om bijzondere bijstand voor kosten van rechtsbijstand en griffierecht, die hij naar eigen zeggen kort na 23 juni 2009 had ingediend. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant niet kon aantonen dat de aanvraag daadwerkelijk was ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij een kopie van de aanvraag had overgelegd en getuigenbewijs wilde leveren via zijn advocaat en diens secretaresse. De Raad oordeelde dat een kopie zonder bewijs van verzending of ontvangst onvoldoende is en dat appellant geen concreet bewijsaanbod had gedaan waarop de rechtbank had moeten ingaan. Ook had appellant de mogelijkheid om getuigen te laten horen niet benut.
Daarnaast stelde appellant dat het regelmatig voorkomt dat de gemeente Rotterdam ten onrechte stelt dat aanvragen niet zijn ontvangen, vermoedelijk door administratieve fouten. De Raad achtte deze stellingen niet relevant voor het bewijs in deze zaak. De rechtbank had het besluit terecht in stand gelaten en het hoger beroep slaagde niet. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant niet heeft aangetoond dat de aanvraag bijzondere bijstand is ingediend.