ECLI:NL:CRVB:2012:BW8044
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet tijdig verlengen inschrijving en niet meewerken arbeidsbemiddeling
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en was verplicht zich ingeschreven te houden bij het CWI. Hij verlengde zijn inschrijving niet tijdig, ondanks dat op het bewijs van inschrijving stond dat hij zelf voor verlenging moest zorgen. Het college verlaagde daarom de bijstand met 30 procent. Appellant voerde aan dat hem geen verwijt kon worden gemaakt omdat hij geen uitnodiging ontving, en dat hij op het vertrouwensbeginsel mocht vertrouwen vanwege een mededeling van zijn consulent. De Raad verwierp deze argumenten omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan en de consulent geen mandaat had.
Daarnaast weigerde appellant mee te werken aan arbeidsbemiddeling, wat leidde tot een verlaging van de bijstand met 100 procent. Appellant stelde dat deze arbeidsverplichtingen neerkwamen op slavernij, maar de Raad oordeelde dat dit onjuist is en dat de arbeidsverplichtingen conform de WWB geen dwangarbeid zijn. Ook het college kon niets worden verweten omtrent het niet tijdig ontvangen van zijn reactie op het voornemen tot verlaging, omdat dit door een fout van appellant kwam.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken van de rechtbank en voorzieningenrechter die de verlagingen van de bijstand handhaafden. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de bijstand wegens niet tijdig verlengen inschrijving en niet meewerken aan arbeidsbemiddeling.