ECLI:NL:CRVB:2012:BW7860
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens voldoende arbeidsvermogen ondanks cognitieve stoornis
Appellant, voormalig hypotheekadviseur, stopte met werken vanwege hoge koorts en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) op, waarin werd vastgesteld dat appellant ongeschikt was voor zijn eigen werk, maar wel in staat was andere passende arbeid te verrichten. Na bezwaar en heronderzoek door een bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige bleef het UWV bij het standpunt dat appellant niet arbeidsongeschikt genoeg was voor een uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep werd een deskundige neuroloog/psychiater ingeschakeld die bevestigde dat de beperkingen juist in de FML waren vastgelegd en geen andere objectiveerbare neurologische of psychiatrische beperkingen aanwezig waren. De Raad concludeerde dat appellant met de beperkingen uit de FML in staat is de passende arbeid te verrichten die het UWV hem voorhield.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep niet kan slagen en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen aanleiding gezien om af te wijken van de reguliere bestuursrechtelijke regels. De uitspraak van de rechtbank Leeuwarden werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant met de vastgestelde beperkingen passende arbeid kan verrichten.