ECLI:NL:CRVB:2012:BW7851
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken verzekering tijdens ziekmelding
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om hem een WAO-uitkering toe te kennen per 18 augustus 1994. Het Uwv baseerde zich op medisch advies dat geen wezenlijke wijziging in het ziektebeeld bestond en dat appellant niet langer verzekerd was op het moment van ziekmelding in 1997.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit van het Uwv, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. De rechtbank concludeerde dat appellant sinds 22 maart 1996 niet meer verzekerd was en geen aanspraak kon maken op de nawerking van artikel 17 van Pro de WAO.
In hoger beroep heeft appellant betoogd dat hij ziek werd tijdens een verzekerde periode, maar heeft dit niet aannemelijk gemaakt. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt de weigering van de WAO-uitkering. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellant niet meer verzekerd was ten tijde van zijn ziekmelding.