ECLI:NL:CRVB:2012:BW7801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht meer op ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen arbeid
Appellant was tot november 2008 werkzaam als afwasser en meldde zich in december 2008 ziek met klachten aan de rechterarm en longproblemen. Het UWV kende hem aanvankelijk een Ziektewetuitkering toe. Na medische beoordelingen door verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts werd geconcludeerd dat appellant per 11 mei 2009 geschikt was voor zijn eigen werk, waarna het recht op ziekengeld werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant tegen dit besluit ongegrond omdat appellant onvoldoende medische informatie had overgelegd die twijfel kon oproepen over de bevindingen van het UWV. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn longafwijkingen en armklachten hem verhinderen zijn werk te verrichten en dat hij recht heeft op voortzetting van de Ziektewetuitkering.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en stelt vast dat de medische rapportages van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts voldoende gemotiveerd en overtuigend zijn. De medische informatie, waaronder een WSW-indicatie over een latere periode, leidt niet tot een ander oordeel. De Raad concludeert dat appellant geschikt is voor zijn eigen arbeid en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Proceskostenvergoeding wordt niet toegewezen omdat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 juni 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om het recht op ziekengeld te beëindigen blijft in stand.