ECLI:NL:CRVB:2012:BW7762
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep WWB
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake de WWB. De Raad had het hoger beroep eerder niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig was ingediend.
Appellant heeft vervolgens verzet gedaan tegen deze beslissing, stellende dat het hogerberoepschrift mogelijk wel tijdig was ingediend via een faxnummer dat niet tot de officiële faxnummers van de griffie van de Raad behoorde. Bij het verzet werden nieuwe stukken overgelegd die bij de eerdere uitspraak niet bekend waren.
De Raad oordeelt dat het recht op toegang tot de rechter, zoals verankerd in artikel 6 EVRM Pro, vereist dat de rechtzoekende in een dergelijke situatie het voordeel van de twijfel krijgt. Daarom wordt het verzet gegrond verklaard, vervalt de eerdere niet-ontvankelijkverklaring en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Proceskosten worden niet toegewezen aan het verzet. De uitspraak is gedaan door rechter T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep vervalt en het onderzoek wordt voortgezet.