ECLI:NL:CRVB:2012:BW7762

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-6380 WWB-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 6:9 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrondverklaring verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep WWB

In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake de WWB. De Raad had het hoger beroep eerder niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig was ingediend.

Appellant heeft vervolgens verzet gedaan tegen deze beslissing, stellende dat het hogerberoepschrift mogelijk wel tijdig was ingediend via een faxnummer dat niet tot de officiële faxnummers van de griffie van de Raad behoorde. Bij het verzet werden nieuwe stukken overgelegd die bij de eerdere uitspraak niet bekend waren.

De Raad oordeelt dat het recht op toegang tot de rechter, zoals verankerd in artikel 6 EVRM Pro, vereist dat de rechtzoekende in een dergelijke situatie het voordeel van de twijfel krijgt. Daarom wordt het verzet gegrond verklaard, vervalt de eerdere niet-ontvankelijkverklaring en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Proceskosten worden niet toegewezen aan het verzet. De uitspraak is gedaan door rechter T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep vervalt en het onderzoek wordt voortgezet.

Uitspraak

11/6380 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam 30 augustus 2011, 11/3185 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam
Datum uitspraak 7 juni 2012.
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 27 maart 2012 heeft de Raad het door appellant tegen de aangevallen uitspraak ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 27 maart 2012 heeft mr. S. van Andel, advocaat, verzet gedaan.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 27 maart 2012 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Gelet op hetgeen de gemachtigde van appellant in het verzetschrift heeft aangevoerd, is de Raad van oordeel dat de gebleken feiten en omstandigheden van dit geval de mogelijkheid openlaten dat het hogerberoepschrift bij faxbericht van 25 oktober 2011, 20.18 uur, is ingediend met gebruikmaking van een faxnummer van de Raad dat niet een van de faxnummers van de griffie van de Raad is. De door de gemachtigde van appellant bij het verzetschrift gevoegde stukken, die ten tijde van de uitspraak van 27 maart 2012 bij de Raad niet bekend waren, zijn daarvoor doorslaggevend. Het in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden verankerde recht op toegang tot de rechter vergt dat de rechtzoekende in een dergelijke situatie het voordeel van de twijfel krijgt.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 27 maart 2012 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad in dit geval geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 juni 2012.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
GdJ