ECLI:NL:CRVB:2012:BW7249
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, die sinds 1999 arbeidsongeschikt is vanwege psychische klachten, kreeg in 2000 een WAO-uitkering toegekend met een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Na een ziekmelding in 2008 en een verslechtering van zijn gezondheid, stelde het UWV in 2011 de mate van arbeidsongeschiktheid bij naar 35 tot 45%.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, stellende dat hij door hevige pijn volledig arbeidsongeschikt is. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het medisch onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief lichamelijk onderzoek en het inwinnen van specialistische informatie.
De functionele mogelijkhedenlijst (FML) werd als juist beoordeeld omdat appellant geen medische onderbouwing aanleverde die twijfel zou kunnen oproepen. De Raad achtte appellant in staat om theoretisch passende functies uit te oefenen, zoals parkeercontroleur en productiemedewerker. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid bevestigd.