ECLI:NL:CRVB:2012:BW7231
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terug te komen op WAO-uitkeringsbesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om niet terug te komen op een eerdere beslissing van 13 maart 2002 waarin een WAO-uitkering werd geweigerd. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die rechtvaardigen dat het bestuursorgaan van zijn eerdere besluit terugkomt.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het centrale toetsingskader artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is, dat bepaalt dat een bestuursorgaan alleen van een definitief besluit kan terugkomen indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden. Dit is in deze zaak niet het geval. De stelling van appellant dat hij had moeten worden opgeroepen voor een medisch onderzoek wordt niet verder besproken omdat dit niet relevant is voor de toepassing van artikel 4:6 Awb Pro.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door J. Brand in aanwezigheid van griffier K.E. Haan op 1 juni 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om niet terug te komen op de weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.