ECLI:NL:CRVB:2012:BW7170

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-1855 AKW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening van het hogerberoepschrift.

Appellant heeft hiertegen verzet aangetekend, stellende dat het hogerberoepschrift wel binnen de termijn was ingediend. De Raad heeft het verzet behandeld, waarbij partijen niet verschenen.

Uit de stukken blijkt dat de uitspraak van de rechtbank op 21 december 2010 per aangetekende brief aan appellant is verzonden, maar retour is ontvangen. Daarom is de uitspraak op 14 februari 2011 opnieuw verzonden met de mededeling dat dit geen verlenging van de termijn voor hoger beroep betekent.

De uiterste datum voor het indienen van het hogerberoepschrift was 1 februari 2011, terwijl het schrift op 15 maart 2011 werd gepost en op 25 maart 2011 bij de Raad is ontvangen. Appellant heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die het verzet rechtvaardigen.

De Raad verklaart daarom het verzet ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

11/1855 AKW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 december 2010, 10/281 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak 25 mei 2012.
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 30 september 2011 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 30 september 2011 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 16 april 2012, waar partijen - de Svb met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 30 september 2011 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Uit de gedingstukken blijkt dat een afschrift van de aangevallen uitspraak op 21 december 2010 bij aangetekende brief aan het - juiste - adres van appellant is gezonden. Aangezien de rechtbank deze uitspraak retour heeft ontvangen, is de uitspraak op 14 februari 2011 nogmaals aan appellant gezonden. Daarbij is appellant erop gewezen dat de tweede verzending van de uitspraak geen verandering brengt in de termijn voor het instellen van hoger beroep. De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was - dus - 1 februari 2011. Het hogerberoepschrift is op 15 maart 2011 ter post bezorgd en op 25 maart 2011 bij de Raad ontvangen. Daarmee staat vast dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.
In het verzetschrift heeft appellant aangegeven dat hij zijn hogerberoepschrift binnen de gestelde termijn heeft ingediend.
De Raad stelt vast dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die leiden tot het oordeel dat de uitspraak van de Raad van 30 september 2011 onjuist is. verweten.
Dit betekent dat het verzet ongegrond moet worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 mei 2012.
(get.) T.G.M. Simons
(get.) D.W.M. Kaldenhoven
TM