ECLI:NL:CRVB:2012:BW7166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
Verzoekster stelde een schadevergoeding te vorderen wegens overschrijding van de redelijke termijn in een bestuursrechtelijke procedure tegen de Sociale verzekeringsbank (Svb). De procedure betrof een geschil over kinderbijslag en duurde in totaal ruim zeven jaar, waarvan drie jaar en bijna negen maanden sprake was van overschrijding van de redelijke termijn, geheel in de rechterlijke fase.
De Raad overwoog dat de overschrijding van de redelijke termijn moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval, waaronder de complexiteit van de zaak, het procesverloop en het belang van verzoekster. Hoewel verzoekster een hogere vergoeding vorderde vanwege haar bijzondere belangen en de impact op haar kinderen in Ghana, vond de Raad dit onvoldoende onderbouwd om van het standaard basisbedrag af te wijken.
De Raad stelde het totale schadebedrag vast op € 4.000,-, waarvan reeds € 2.000,- was betaald. Daarom werd de Staat veroordeeld tot betaling van het resterende bedrag van € 2.000,-. Proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 mei 2012.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van een aanvullende schadevergoeding van € 2.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.