ECLI:NL:CRVB:2012:BW6487
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een beslissing van het UWV en was in hoger beroep gegaan bij de Centrale Raad van Beroep. Het UWV heeft vervolgens op 9 januari 2012 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarin het geheel aan de bezwaren van appellant tegemoet is gekomen. Hierdoor heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
De Raad heeft vervolgens beoordeeld welke proceskosten appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep. Het UWV was reeds tot vergoeding van de kosten in de bezwaarfase overgegaan. De Raad begrootte de proceskosten voor rechtsbijstand in beroep op €322 en voor rechtsbijstand in hoger beroep op €655, in totaal €977.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering, conform eerdere jurisprudentie. Het verzoek tot vergoeding van het betaalde griffierecht werd afgewezen, met het advies dat appellant dit rechtstreeks bij het UWV kan indienen.
De uitspraak is gedaan door B.M. van Dun, in aanwezigheid van griffier A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen, en uitgesproken op 23 mei 2012.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van €977 aan proceskosten en betaling van wettelijke rente.