ECLI:NL:CRVB:2012:BW6288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering kinderbijslag wegens ingezetenschap
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) van 2 oktober 2007 waarin werd vastgesteld dat hij geen recht had op kinderbijslag omdat hij niet meer als ingezetene van Nederland werd beschouwd. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna de rechtbank en de Raad van State dit oordeel bevestigden. De Hoge Raad stelde echter dat de Raad een onjuiste opvatting had over het begrip ingezetene in de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en vernietigde de uitspraak van de Raad.
Na verwijzing heeft appellant aanvullende stukken overgelegd, waaronder een pensioenoverzicht waaruit blijkt dat hij doorlopend verzekerd was voor de AOW en daarmee ook voor de AKW tot eind oktober 2008. De Svb erkende dat het bestreden besluit niet houdbaar was en trok het in. De Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, en droeg de Svb op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De Raad wees tevens het verzoek van appellant toe om wettelijke rente te vergoeden over de na te betalen kinderbijslag en veroordeelde de Svb tot vergoeding van de proceskosten van appellant in hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 mei 2012.
Uitkomst: Het besluit van de Sociale verzekeringsbank wordt vernietigd en appellant krijgt alsnog kinderbijslag toegekend met vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.